Gerrit en zijn hond Nora.
Gerrit is een heel oude man. Als ik hem bezoek in het verzorgingshuis,
vertelt hij graag over vroeger. Deze keer wil hij graag zijn verhaal kwijt over Nora, zijn geliefde herdershond.
Hij en zijn vrouw hadden vroeger in hun kleine dorp een kruidenierswinkeltje. Elke dorpeling was er ongeveer klant.
Zijn vrouw verzorgde de winkel en Gerrit bracht de boodschappen rond voor wie dat zelf niet meer kon meenemen.
Hond Nora was zijn trouwe maatje.
Gerrit had een karretje getimmerd en een tuigje gemaakt voor Nora.
Samen brachten ze de boodschappen rond, Nora trok de kar en Gerrit liep er naast. Hij stuurde Nora, maar eigenlijk was sturen niet nodig want Nora begreep alles en wist precies de weg.
Als het karretje te zwaar was duwde Gerrit en deden ze het samen.
Toen Nora ouder werd en eigenlijk niet zoveel meer kon, wilde ze toch altijd mee om de kar te trekken. Gerrit hielp haar dan duwen.
Een stokoude hond en een stokoude man, beiden wisten niet van opgeven.
Op een morgen stond Nora niet op Gerrit te wachten. Hij vond haar dood naast haar mand.
Ze had gewerkt tot ze niet meer kon. Trouw tot de dood.
Het verhaal ontroerde Gerrit nog steeds en mij ook. Hoewel ze het misschien allebei hadden kunnen gebruiken, dacht ik toch aan Nora.
Een hond met een puur Oak-karakter.
Werkpaarden en sledehonden kunnen ook van die stugge werkwillige doorzetters zijn, maar tegenwoordig zie je deze werkdieren niet veel meer in de westerse wereld.